(Vormgeving button door: Massimo Randag)

Profiel & Contact


Als het klopt dat de eerste liefde het meest na blijft, zoals dat o zo mooi vertolkt en verbeeld werd door de meest romantische cineast van de Nouvelle Vague, Jacques Démy, in zijn debuut ‘Lola’, dan zal ik nooit los gaan komen van de Literatuur.
Gelukkig maar !

Boeken, schrijvers, dichters, biografieën hebben het leven op wel erg veel belangrijke momenten verfraaid en verdiept.

Echter, ik ben ook alweer meer dan een kwart eeuw werkzaam in de filmwereld, in uiteenlopende functies maar vooral als lichttechnicus.
En ook dat laat me niet los.
Gelukkig maar !

Kunnen die twee dan niet machtig mooi gecombineerd worden ?
Hmmm, dat is een discussie die zich hopelijk nog vaak zal aandienen op deze website.
Er is veel voor te zeggen, waar het tegendeel ook goed te staven is.

Persoonlijke helden als Federico Fellini, Terry Gilliam en zeker ook Antonioni gaan in hun werk vooraleerst uit van het beeld.

Het is dezelfde tweestrijd die woedt in de wereld van opera, een andere passie in mijn leven; daar zal de twist tussen woord en muziek en wat er nou ’t belangrijkst is, ook nimmer opgelost gaan worden. Al heeft Richard Strauss er een verrukkelijke opera over geschreven, ‘Capriccio’.

WobkarikatuurHad ik al verteld dat ik zielsveel houd van wijn ? En van eten ?

En er veel over geschreven heb ?
Mijn wijnverhalen onder de noemer ‘Spraakwater’ zoals die ooit, alle 105 afleveringen, te vinden waren op de website van de legendarische Wijnkoperij Otterman, zullen op deze site terug te vinden zijn.

Film, boeken, opera, wijn, het zijn allemaal zaken die veel aan bod zullen gaan komen op deze website, tezamen met VEEL info en achtergronden van toekomstige projecten.
In zowel de richting van de film, als van het boek.

 

Eric Wobma




Albert Hagenaars vroeg me een aantal jaren terug “om een lijstje te maken met tien boeken die je leven hebben beïnvloed of om de een of andere reden belangrijk voor je zijn. Het maakt niet uit of ze hoogstaand literair werk zijn of pure pulp”.
Tja. Dat is nogal wat.
Dit was mijn antwoord:
 
‘De Tien’ roept vooraleerst vragen op.
Waarom tien en geen honderd ?
Hoe vaak na inlevering van de lijst mogen we nog wijzigingen doorsturen ? Ik hoop dagelijks, want dergelijke opsommingen wisselen per stemming en dus erg vaak...

Afijn, laten we beginnen.

De jaren zestig en zeventig waren vormend voor mijn leven, de jaren tachtig bleken een ontdekkingstocht door de Literatuur en hebben dat leven bepaald. Klassieke muziek kwam tot volle wasdom in de jaren negentig, waarmee structuur en richting helder werden. Maar waar begon het...
 
 
10.
Waarschijnlijk moet het eerste boek van de Tien ‘De Scheepsjongens van Bontekoe’ zijn.
Beschrijving: Macintosh HD:Users:ericwobma:Desktop:Scheepsjongens.jpgGeschreven door Johan Fabricius in 1924.
Dat boek heb ik als jochie veelvuldig verslonden, meerdere malen per jaar. Ik was een ventje dat nergens in uitblonk, maar ik kon wel vroeg lezen. Op de kleuterschool lukte het me al om de teksten van de kranten-strips te ontcijferen.
Van die eerste jaren is ‘Bontekoe’ het sterkst in het geheugen blijven staan.
Ik zou als ik groot was ook gaan varen, de hele wereld over.
Dat denkbeeld is gaan wankelen toen ik voor het eerst met het pontje over het IJ naar Amsterdam Noord ging...
 
Als jochie las ik alles dat ik in huis kon vinden, en waren mijn boeken altijd uitgelezen.

En toen gingen we verhuizen naar Bergen op Zoom. Heel ver weg van dat pontje.
Ik was tien jaar en vijf maanden oud.
 
 
9.
Mede door het expliciete gebod van mijn zes jaar oudere broer om het “nooit in mijn kop te halen aan zijn boeken te komen”,
666778057-zoomstede5was het lezen van al zijn Bob Evers boeken extra spannend. En het waren er zo lekker veel.
 Opmerkelijk, de hele Bob Evers serie van schrijver Willy van der Heide heb ik nog steeds thuis, net als alle kinderboeken van mijn ouders, mijn Arendsogen en ‘De Discus’sen, de peuterboeken als ‘Pinkeltje’ en ‘Wipneus en Pim’.
Maar DE ‘Bontekoe’ kan ik nergens meer vinden. Ik weet nog dat die dusdanig was stuk gelezen, dat de kaft verdwenen was.
 
Naast Bob Evers las ik alle Alistair MacLean’s, Desmond Bagley’s en Konsalik’s van mijn ouders, en de serie detectives van Sjöwall en Wahlöo.
(Ik heb nooit wat aan gevonden aan de whodunit, en die tegenzin heb ik waarschijnlijk toen al opgelopen.)
Niet de meest geniale lectuur, waarschijnlijk omdat de films in de bioscopen die mijn ouders waren gaan beheren, vrijwel alle aandacht opslokten. Ik miste niets, zeker niet de films die me verboden waren te bekijken.
 
Eindelijk ging ik naar de Middelbare School en begonnen de Literatuurlijsten. Ik las letterlijk alles van Vestdijk en scoorde een dubbele tien voor mijn boekenbeurt. Sommige boeken van Hermans vond ik wel aardig, maar voor de rest had ik weinig met de Grote Drie of de koplopers op de populariteitslijst van andere leerlingen, zoals Wolkers en Cremer.
De meeste indruk heeft Bernlef op me gemaakt, van ‘Sneeuw’ tot aan ‘Hersenschimmen’. En Nooteboom vond ik vaak mooi. Jeroen Brouwers las ik graag.
Maar er mogen maar tien titels in dit lijstje, en daarvoor komen enkel werken in aanmerking die echt wat met me gedaan hebben.
 
 


8.
Op mijn zeventiende vond ik een boek van een schrijver waar ik nog nooit van gehoord had. Op de voorkant stond een portret dat mateloos intrigeerde.
In de winkel begon ik te lezen, tot het personeel bromde dat het geen bibliotheek was.
Borges is een schrijver die alle schrijvers in zich heeft.’
Eindelijk had ik de Literatuur echt gevonden. Een blinde Argentijn wenkte me en hield de poort voor me open.
Alle voorgaande boeken, op deze lijst en wat ik gelezen had vóór dit ‘De Cultus van het Boek’, hebben me verrijkt.

Dit boek heeft mijn leven daadwerkelijk veranderd.
 
 

7.
Ook op mijn zeventiende moest ik voor de dienstplicht het leger in, en las daarom pal voor vertrek ‘Oorlog en Vrede’ in twee dagen uit, wat me wel een geschikt moment leek.
In die tijd las ik geen poëzie, dat was er vakkundig uit gepest op school door de volstrekt idiote interpretatiedwang waar de twee of drie gedichten die klassikaal werden ontleed aan werden onderworpen. Dat wat de leraar in zijn tekstboek had ontdekt, moest vervolgens als dogma worden aangenomen.
Het schoolsysteem was toen al duidelijk aan het afbrokkelen...
Ik las dus enkel proza.
Mijn held van die tijd was Dostojevski.
 
Zijn beroemde boeken had ik als gebonden Amstel Klassieken in de kast staan, de rest van zijn vertaalde werk waren de schitterende delen van de Russische Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot.
Een echte favoriet tussen al dat werk kan ik niet benoemen, al weet ik nog wel dat ‘De Idioot’ me echt opnam. Ik liep met de antiheld mee, probeerde hem te beschermen.  Tevergeefs.
Dat gevoel kreeg ik niet bij het lezen over Karamazov of Raskolnikov.
Filosofie en psychologie, waar ik te hooi en te gras in wroette, bleken dus ook romans naar een onwaarschijnlijk hoog plan te kunnen stuwen. Ik vond het geweldig, en het werk van Dostojevski hield me jaren bezig, waarbij de grootste ontdekking was dat je goede boeken niet telkens weer hoefde te herlezen om ze voor in je geest te houden.
De Amstel Klassiek-delen werden in de loop der tijd vervangen voor Van Oorschot delen.
 
 

5. & 6.
Mazzel komt zelden alleen. En mazzel was het.

Tijdens mijn diensttijd had ik het zotte plan gekregen om een gefingeerd boek, getoonzet in New York waar ik toen nog nooit geweest was, te schrijven met daarin al mijn dienstmaten als personages.
Om het boek mooi uit te kunnen typen, ontmoette ik de man die mijn leermeester zou worden, en de personificatie van mijn adagium ‘Ware rijkdom is als leermeesters vrienden worden’.

Het begon bij de eerste lange avond (tot het ochtendgloren) meteen al goed met Mahler’s ‘Das Lied von der Erde’, en ik kwam er achter dat poëzie onwaarschijnlijk mooi was. Dat dogma’s en gedichten niet samen hoorde te gaan, helemaal niet zelfs. Dat het gedicht geen boodschappenlijstje was, daarvoor was proza bestemd. Poëzie veranderde continu, na elke lezing, bij elke mijmering.
Ik bleek trouwens wel degelijk poëzie in mijn boekenkast te hebben, want de klassieke epische gedichten stonden daar al en ik vond ze geweldig. Dankzij Borges had ik met veel plezier Coleridge gelezen en kwam ik Shelley en Byron op het spoor. Bernlef en Nooteboom bleken ook te dichten. Het leven is echt mooi.
Maar nu gingen we echt los.

Rimbaud en Baudelaire verschenen als tweelingbroers in mijn leven.
En dat zou nooit meer hetzelfde zijn.

Wat waren die twee goed.
Mijn eerste voorkeur ging licht uit naar Rimbaud, omdat die ook met het occulte bezig was, met numerologie en kleur vooral, en natuurlijk omdat zijn verdere leven de laatste aflevering van de Bob Evers serie bleek te zijn.
Maar eigenlijk kan niets boven ‘De Bloemen van het Kwaad‘ gaan.
 
Rimbaud zakt wel eens naar de achtergrond.
Baudelaire is er altijd.
In mijn jaar Parijs zocht ik naar de sporen van Charles, die Delacroix op mijn pad bracht. En me ook liet snuffelen aan Berlioz en Wagner. Klassieke muziek bleek een blijvertje.
Baudelaire hoort onlosmakelijk bij mijn leven.
 
 


4.
Opeens gaan we hard. Nog maar vier te gaan en ik heb nog duizendenéén kandidaten !
We zitten nog in de periode van Au & Au, en daar hoort nog een Au bij:
Gustave Flaubert.
Ik verbrandde meer dan dat ik schreef, maar hij bleef mijn baken.
Echter, als ik ook deze Franse ‘au’ zou opnemen, gaat het mis, dan zou er een schrijver buiten de boot vallen die hier zeker niet mag ontbreken.

 
Veel te vroeg kwam Dante Alighieri in mijn leven, en is daar nimmer meer weggegaan. Doorgronden, altijd weer herlezen, studies opsnorren en spellen. Dante neemt een flink deel van mijn leven in. Ook van mijn tafel, in het brons kijkt hij altijd op mijn werk neer.
Dante is heel veel meer dan ‘De Goddelijke Komedie’, maar daar hoef ik het niet over te hebben.
 

 
 
3.
Jeetje, wat ga ik nu doen met Strindberg, waarvan ik alles gelezen heb dat in het Nederlands vertaald is ?
Dat werk vind ik echt goed.
Maar ik ben hem ook wel eens jaren lang vergeten.

Dit boek niet. Het meesterwerk van Malcolm Lowry zal ik nooit meer vergeten. Als deze lijst niet min of meer chronologisch was geweest, had ‘Under the Volcano’ absoluut op nummer .1 gestaan.
Het boek was in een schitterend maar moeilijk Engels geschreven, zeker voor de negentienjarige die ik toen was. Ik moest het wegleggen en in vertaling lezen, om het meteen weer terug te pakken en in het oorspronkelijke Engels nogmaals te lezen. En weer naar het Nederlands en vervolgens nogmaals terug naar het Engels. Het is het enige boek dat ik zonder onderbrekingen vier maal achtereen heb gelezen.
Decennia lang herlas ik dit boek minimaal één maal per jaar. Dat gebeurt nu al een tijdje niet meer, moet ik bekennen.

(Kleine tip: ga alstublieft NIET de film zien. Zoals boekenmoordenaar John Huston al zei na zijn poging om dit meesterwerk te verfilmen: "Er zitten zoveel lagen in dit boek, ik heb me beperkt tot de opvallendste twee." Blijf er dan 'gewoon' van af, zou ik zeggen...)
 


2.
Het is nu duidelijk, er zal geen plaats zijn voor Rushdie en zelfs niet voor Trakl, die ik zo geweldig vind.
In deze lijst, waar de #1 al lang vast staat, moet echter Fernando Pessoa voorkomen. Voor zijn poëzie, zijn heteroniemen, zijn proza, voor elke letter die hij geschreven heeft.
Ook weer een schrijver die een vaste plaats in mijn leven heeft. Hij hoort er helemaal bij.
 
 Een leven zonder Pessoa is gewoonweg niet voor te stellen.
 

Soit.
Blijft Nummer 1 over.
Daar komen nog minimaal vier schrijvers voor in aanmerking. Tsvetajeva bijvoorbeeld. William Faulkner vooral.
 
Maar het kan er maar een zijn. Geen oeuvre, netjes 1 enkel boek. Dat ik in allerlei vertalingen heb gelezen, zowel in verschillende Nederlandse als in andere talen. Van jongs af aan ben ik het in vreemde verbasteringen tegengekomen en heb het telkens weer verslonden.
Europa en dus de wereld zou er zonder dit boek heel anders uit hebben gezien. Dat voel je bij het lezen, en tegelijkertijd is het bijzonder grappig.
Het is waanzinnig goed geschreven, (wat we bijvoorbeeld van ‘The Lord of the Rings’ niet kunnen zeggen,) en de inhoud is voor eenieder zowel lering als vermaak.
De nummer 1 kan niet anders dan  De Don Quichotte zijn, van grootmeester Cervantes.
 

CREATOR: gd-jpeg v1.0 (using IJG JPEG v62), quality = 90

 
Het boek dat iedereen in deze wereld kent, maar vrijwel niemand daadwerkelijk heeft gelezen. Wat heus een gemis is.
 
Dit zou dan mijn Top Tien moeten zijn, met het gevoel dat het volgende week wel eens allemaal anders zou kunnen zijn.
Wat staan er weinig Duitsers in !
Belachelijk.
Dat Faulkner en Trakl er niet in staan, schrijnt.
Het kan echt niet dat Gabriel Garcia Marquez hier geen plaats heeft gevonden.
Waar is Kawabata !
Het is onmogelijk dat Dante er niet bij staat. Dat ga ik alsnog recht zetten. (U heeft nu de herziene lijst voor u...)
Het leven is een keuze van kwesties.
 


Eric Wobma






Klokslag vier minuten over acht op de bijzondere dag 4 augustus 2016 - Zyuli had in dezelfde minuut ‘JA’ gezegd en Eric zat nog op één knie naast de restaurant-tafel - schoven we de ringen bij elkaar om de vingers.

We zijn verloofd!

En het kon niet op een mooiere dag gebeuren.

Het was echt een bijzondere dag, wat de titel van een prachtige film is.

Aan het water, zon en een prettig briesje, het verrukkelijke eten van Albert Pielanen op tafel, die ons verraste met een spontaan hapje van mossel en vongole dat ongegeneerd heerlijk was. Hoe wist hij dat mosselen ons favoriete eten is ? En we die andere schelpjes eigenlijk nog lekkerder vinden?

Onze ringen zelf zijn nogal sober, maar bij Grafeerstudio El Arte in IJsselstein zijn er een vlinder en een olifantje in gegraveerd.

De vlinder is van het Malende Vlinders logo, in 2007 gemaakt door Luciano Pommella. Het olifantje had wat voeten in de aarde, maar toen we na lang zoeken eindelijk het juiste voorbeeld vonden dat in vijf millimeter op de ring toch duidelijk een fantje bleef, wist Zyuli hem in één keer te vangen met haar kalligrafiestift.

Het ziet er prachtig uit, vinden wij zelf.

 


De binnenkant is door de juwelier gegraveerd, en daar prijkt behalve onze namen natuurlijk de datum.

4 - 8 - 16


Een prachtige datum.
 

We zijn niet bijgelovig, maar we hebben dezelfde dag aangegrepen om een typoscript naar een uitgeverij te sturen, waarbij Zyuli Eric met raad en daad heeft bijgestaan om het karwei op tijd plat te krijgen. (En het is de dag dat Eric na meer dan een halve eeuw dan toch eindelijk begonnen is gel in zijn haar te smeren...)

Het is niet alleen een fraaie cijferreeks, maar ook de dag dat we allebei jarig zijn.
Vier augustus is de 217e dag van het kalenderjaar, wat een perfecte tien maakt.

Maar goed, verloven, dat doen we niet zo maar. We hebben echt het gevoel dat we bij elkaar horen, en willen graag aan iedereen laten zien dat we er zo over denken. Het zou dan ook wel eens een lange verloving (alweer een titel van een prachtige film) kunnen gaan worden. We hebben geen haast om te trouwen.
 


De cijfers zeggen ons ook dat het nog wel even kan duren.
De getallen in onze ringen roepen er haast om dat het volgende cijfer 32 gaat worden.
 

4 - 8 - 16 - 32
 

In 2032 valt 4 augustus op een woensdag, maar opmerkelijker: 4 - 8 - 32 maakt 44, en dat op een dag dat we dus allebei jarig zijn. Dat is te bijzonder om te laten lopen.

Het getal ‘vier’ heeft nog meer lading op het moment.

We staan op plek vier voor een woning in Westhove in Amstelveen, aan het eindpunt van sneltram 51. Lekker dichtbij dat tafeltje aan het water van de Nieuwe Meer.

Mochten we de gelukkigen worden, dan gaan we daar samenwonen. (De kans is aanwezig dat Eric een urgentie-geval kan worden, omdat in de Jordaan volgend jaar dusdanig zal worden gerenoveerd, dat er geherhuisvest moet gaan worden.)
 

Het zijn prachtige tijden, die we samen beleven.
Een stralende en hele gelukkige groet van


 



VERHUIZING - 1 OKTOBER 2017
 

 
Na dertig jaar, twee maanden en vijfentwintig dagen is het dan toch gebeurd:
Malende Vlinders is verhuisd.
De Jordaan achter ons gelaten, de stad zelfs uit.
 
Het huurhuisje, pal bij de 9 Straatjes, waar mijn grootouders voor de grote oorlog introkken en mijn vader erna opgroeide, behoort nu waarlijk tot het verleden.
 
Tijdens het verbouwen, inpakken en leeghalen, corrigeren en verhuizen tussen drie adressen hoorden we op Radio4 lovende woorden voor het boek ‘Kolja’.
Arthur Japin had alweer een meesterwerk afgeleverd.
 
Enkele dagen voor de definitieve adreswijziging - en we blijven doorgaan - zijn we begonnen met het elkaar voorlezen van dit boek.
Zo vult het de lacune dat de thuisbioscoop en hifi nog niet zijn opgebouwd mooi op.
Op de laptop hebben we een speellijst Tchaikovski samengesteld, die het voordragen begeleid.
 
Het is echt een schitterende roman.
Kolja is het dove jongetje dat toch niet stom bleek te zijn, en door de broer van de beroemde componist leert spreken en liplezen.
Dankzij de componist leert hij muziek ervaren, want horen zit er echt niet in.
Dit op zichzelf al schitterende verhaal krijgt nog meer spanning en diepgang, omdat de achtergrond handelt om het overlijden van de componist, wat iedereen juist niet mysterieus wil noemen, maar wat het volgens Kolja best wel eens zou kunnen zijn.
In ieder geval klopt er iets niet.
 
‘Kolja’ van Arthur Japin is echt een aanrader. Ook als u geen grote fan bent van de muziek van Tchaikovski (en laten we eerlijk zijn, tussen de heerlijke parels door heeft hij toch ook wel erg veel hoem pa pa gecomponeerd..).
 
In het laatste hoofdstuk van het eerste deel legt Kolja, het dove jongetje dat leert spreken, uit wat woorden voor hem betekenen.
Dat is zo mooi, vertederend en aangrijpend, dat we één pagina van dit prachtige boek alvast hieronder verklappen.

 
Wij gaan ondertussen door met dozen uitpakken.
En kunnen niet wachten om samen het volgende hoofdstuk van ‘Kolja’ te gaan voordragen !




 



Ik kan niks, dus waarom zou ik me beperken.

Eric Wobma